Horeca is mijn passie
Blog > Detail
Individuele Beroepsopleiding vereenvoudigd
9 februari 2026
juridisch
Geschreven door Karl Böhrer
Vanaf dit jaar is de Individuele Broepsopleiding (IBO) in Vlaanderen grondig hervormd. Met een hogere vergoeding en minder administratieve last hoopt de Vlaamse regering dit statuut opnieuw aantrekkelijker te maken.
IBO
Met een Individuele Beroepsopleiding kan een werkzoekende, met begeleiding van de VDAB, een beroep aanleren op de werkvloer aan gunstige voorwaarden voor de werkgever. De duur van een IBO varieert tussen 4 en 26 weken en wordt bepaald door de VDAB. Na afloop moet de werkgever de IBO-er een arbeidsovereenkomst aanbieden, bij voorkeur van onbepaalde duur, of een contract van bepaalde duur voor minstens dezelfde duurtijd van de opleiding.
De basisidee van de IBO blijft ook in 2026 behouden.
IBO-plus
Naast de gewone IBO is er ook de IBO-plus voor bepaalde kansengroepen zoals niet-werkende werkzoekenden met een arbeidsbeperking, personen ten laste van het RIZIV, gedetineerden en werkzoekenden onder elektronisch toezicht. Vanaf 2026 is de IBO-plus niet langer toegankelijk voor langdurig werkzoekenden.
Een IBO-plus duurt net als de gewone IBO maximaal 26 weken en kan gevolgd worden door een gewone IBO van eveneens 26 weken.
IBO-premie
De werkgever betaalde aan de IBO-cursist geen loon, maar een vaste opleidingsvergoeding aan de VDAB, die steeg naarmate de opleiding vorderde. Voortaan betaalt de werkgever de vergoeding rechtstreeks aan de IBO-er.
Nieuw is ook dat deze premie niet langer dezelfde is voor elke IBO, maar rekening houdt met het loon na aanwerving en het statuut als werkzoekende volgens de volgende formule:
[(Brutoloon na aanwerving – RSZ) – vervangingsinkomen] * percentage
Dat percentage kiest u als werkgever zelf: 70-80-90 of 100% in functie van de opleidingsnoden. Het wordt opgenomen in de IBO-overeenkomst die u afsluit met zowel de cursist als de VDAB en blijft ongewijzigd voor de volledige duur van het traject. Voor IBO-plus ligt het percentage vast op 70%.
De cursist heeft niet enkel recht op de IBO-premie voor de dagen waarop effectief prestaties worden geleverd, maar ook voor wettelijke feestdagen en voor de eerste 30 dagen arbeidsongeschiktheid.
De premie is onderworpen aan bedrijfsvoorheffing, niet aan RSZ.
Bovenop de premie dient u als werkgever ook de verplaatsingsvergoeding te betalen volgens de voorwaarden van het paritair comité van de onderneming. Extralegale voordelen zoals een bedrijfswagen, telefoon of maaltijdcheques zijn niet mogelijk.
Stopzetten IBO
Een IBO-traject kan voortaan ook flexibeler door één van de partijen voortijdig worden stopgezet. Tot 14 dagen na de start mits akkoord van de VDAB, daarna enkel na voorafgaand gesprek met en bemiddeling door de VDAB binnen de drie werkdagen.
Bij een eenzijdige stopzetting door de werkgever zonder akkoord moet voortaan een schadevergoeding betaald worden aan de IBO-cursist gelijk aan de vergoedingen tot het voorziene einde van het traject.
Ingang
De nieuwe regels zijn automatisch van kracht voor IBO’s die starten in 2026. IBO’s die gestart zijn in 2025 blijven verder lopen onder de oude regels.

9 maart 2026
De Vakantierekening, een handige tool
Tussen 2 mei en 30 juni betaalt de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) het vakantiegeld aan …
lees meer9 maart 2026
Tijdelijke werkloosheid door oorlog in Iran
Werknemers die door de oorlogssituatie in het Midden-Oosten geblokkeerd zitten of zaten in het buit…
lees meer9 maart 2026
Steeds minder werknemers voelen zich eerlijk verloond
Uit een recent onderzoek dat onze partner Partena Professional in samenwerking met professor Stijn …
lees meer